11 april 2005

Mis III

Hoe kun je iets missen dat je nooit gehad hebt? Voorheen leek het me dat, om iets te missen, je eerst datgene moest hebben. Wat je niet hebt, of nooit hebt gehad, kun je niet missen. Maar zoals immmer heeft de realiteit mijn logica ingehaald. Eigenwijs als ik ben stel ik dat de realiteit ongelijk heeft, maar ok, for arguments sake: Kennelijk kun je iets missen dat je nooit hebt gehad.

Hoe kan dat dan? Heel concreet: Stel dat ik een potje jam in de kast heb, en morgen niet meer, mis ik morgen mijn potje jam. Maar stel dat ik nooit een potje jam in de kast heb gehad en morgen heb ik nog steeds geen jam in de kast, hoe kan ik dan jam missen? Vooralsnog de volgende theorie (ik zal de jam-analogie aanhouden, omdat ik nu eenmaal van stomme metaforen hou).

Stel: Ik heb geen potje jam in de kast. Maar ik wil wel heel graag een potje jam en maandenlang fantaseer ik over allerlei toepassingen met jam, met en zonder potjes. Tot zover alles prima. Maar op een dag dringt het tot mij door dat de kast veel te klein is om een potje jam te herbergen, of dat ik allergisch ben voor jam. Dan besef ik ineens dat er nooit jam in die kast zal komen te staan, en ik nooit 's morgen een broodje jam zal smeren, of yoghurt met jam zal eten. Ik besef ook dat ik nooit boos een potje jam tegen de muur zal gooien in een onredelijke driftbui, wat op zich prettig is, want dat maakt maar vlekken. En dan zie ik het lege plekje dat ik voor het potje jam had vrijgemaakt tussen de honing en de spagetti. Ik heb nooit een potje jam gehad, en het heeft er nooit gestaan, maar ik had er wel op gehoopt en in gedachten stond het potje er al (rozebottel!). Voila! Ik mis mijn imaginaire potje jam.

Als je iets graag wilt, maak je een plekje vrij, soms in je kast, soms in je huis, soms in je hart. Soms in alledrie. Als die plek dan leeg blijft, mis je datgene dat er in had gemoeten. Eigenlijk net een puzzel, het meest opvallende stukje is het stukje dat ontbreekt.

Ach, pindakaas is ook lekker.

Volgers