Een logisch proces ligt ten grondslag aan het irritante fenomeen van de onderdrukte gedachte. Wanneer je een gedachte probeert te onderdrukken (denk ijsbeer) gaan er twee processen aan de gang. Een proces speurt als het ware alle verboden gedachten op, en zodra ze gesignaleerd zijn worden ze door een tweede proces onderdrukt. Het zoeken is een automatisch proces, het tweede niet. En daar zit dan dus de crux. Automatische processen kosten nagenoeg geen energie. Dus het zoeken gaat door. Het onderdrukken echter, dat kost moeite, en als je moe wordt, of je bronnen drogen een beetje op, gaat dat steeds moeilijker. En dus wordt er actief gespeurd naar gedachten over ijsberen of andere verboden goederen, maar niet meer onderdrukt. Daar zit je dan met je goede bedoelingen, je wilde niet aan ijsberen denken, maar dan denk je ineens alleen nog maar aan ijsberen. In cirkeltjes vliegen ze om je hoofd heen.
Dit wetende rijst er natuurlijk een prangende vraag: Wat moet je dan doen? Wat moet je doen als je ergens niet aan wilt denken? Ik weet het niet. Momenteel heb ik een gedachte die rondwaart in mijn hoofd en mij vreselijk afleidt, dus hij moet onderdrukt. Maar het is een leuke gedachte, dus ik speel een vals spelletje: Ik probeer hem te onderdrukken, omdat ik weet dat hij dan dubbel en dwars terugkomt. En als ik hem dan heb denk ik: Het heeft geen zin om hem te onderdrukken, hij is er nu al, en verlies ik mezelf er heel eventjes in.
Ik hou mezelf voor de gek natuurlijk. Ik ga er maar van uit dat de gedachte binnenkort zijn langste tijd gehad heeft en alles weer normaal wordt. Maar voor nu is deze gedachte even mijn verboden vrucht. En hoewel ik beter weet, denk ik hem soms, en drijf ik erop weg. Gebeurt er toch nog wat spannends in mijn leven.