17 februari 2005

Dat dus

Dat ik merk dat ik geirriteerd ben. Ineens. Dat ik niet weet waarom. Dat alles vlak ervoor nog goed leek. Dat ik om mee heen kijk. Dat de kast er nog is, hetzelfde buro, dezelfde boeken. Dat die me normaal blij maken, dat ik ze nu stom vind. Dat de wereld feitelijk hetzelfde is, met als enige verschil dat ik haar nu haat.Dat dezelfde nummers spelen op mijn computer. Dat ik die eigenlijk uit het raam zou willen gooien en dat ik, als ik terug kom van de gang alleen maar slaan wil met de deur.

Dat ik ga zitten en niet weet wat er aan de hand is. Dat ik nog een wanhopige poging doe om alles te beredeneren. Dat ik er wat theorie op probeer los te laten: in te denken dat het allemaal maar neurotransmitters zijn. Dat het hormonen zijn. Dat de steen in mijn buik slechts een fysieke sensatie is, dat ik er niet teveel waarde aan moet hechten. Dat ik als laatste poging diep in- en uitadem. Dat het niet helpt. Dat ik moet huilen.

Dat dus.

Volgers