Dus: Je zet je beste pokerface op, je grijnst en doet of je de beste kaarten van de wereld hebt. Je geeft jezelf een trap onder je booty en vermant je. Je kijkt de rest van de spelers ijskoud aan en doet alsof er niets aan de hand is. Je bluft, en het redt je. Losers zijn er al genoeg.
12 januari 2005
Poker.
Soms is het leven net een kaartspel. En de meest gelukkige spelers zijn zij die spelen met de hand die ze gedeeld is, zonder te blijven hangen in beschuldigingen dat het dek gestoken is, de deler oneerlijk, of de regels van het spel anders zouden moeten zijn. Maar wat als je dat kennelijk niet doet? Je staart in je kaarten en je bent boos. Heel boos. Of heel verdrietig. En je merkt niet dat het spel verder gaat, en je mist misschien wel een kans om te winnen. Want jij staart in je kaart, en vraagt je verbitterd af waarom je niet dat hebt wat je wilde.