04 januari 2005

Boek en ik.

Kennelijk was ik nog niet klaar voor wat Boek mij te bieden had. Toen ik hem net had, had ik hem al vluchtig doorgelezen, in een sprinttempo scande ik zijn binnenste, en nam aan wat er stond, en vergat het weer. Ik was in hem teleurgesteld, dat hij me niet bracht wat ik verwachtte. Hij bleef een tijdje in de kast. Zijn leuke voorkomen redde hem van de vergetelheid.

Een week geleden besloot ik hem nog een kans te geven. Ik wist toen nog niet dat ik eigenlijk mijzelf in de herkansing gooide. Dat ik nog een keer mocht proberen om de essentie van de letters op de pagina's te vatten. In de trein gebeurde het. Middenin begon ik. Ik keek niet, ik las, ik begreep. En ik voelde. Daar was het. Een opgewonden gevoel kroop mijn buik in, de vlinders werden wakker. Eerst voorzichtig, maar met elk woord begonnen ze ontstuimiger te fladderen. Boek had mij in de herkansing weten te boeien. Ik las verder. Meer. Ik wilde meer! Het gevoel in mijn buik werd heftiger, ik wilde aan iedereen voorlezen wat er stond, ik wilde roepen: "Woohoo! Kijk dit boek nou!", maar de trein was vol en schaamte won het van opwinding. Ik zakte achterover en zuchtte, omdat ik wist dat in dit begin het einde van de opwinding besloten lag. Het was een fling, ik wist al dat het voorbij zou gaan, dat ik straks aan het einde van zijn latijn zou zijn. En dat hij me dan niet meer boeit. Maar voor nu geniet ik van hem. Ik ben op Boek.

Volgers