31 januari 2004

Dinsdag begint neuro.

Een klein draadje

Met dat hoofd gebeurt nog eens wat.
Het gelaat ligt maar al te plat
op de vette hersenkast.
Er gebeurt vast wat.


Oh, als ooit dit pijnkistje splijt
als een vrij eetbare brij
verschijnt dan dit brein van mij
en bevlekt met gedachten de grond
maar de dood vergezeld mijn mond,
en minder dood dan wel veilig
sterft het schijnheilig

door de dood wordt ik graag overmand
ik vrees meer mijn gezond verstand
ik vrees dat leger van spinnen-
de zenuwcellen daarbinnen.
Dat vreselijke web vol webben
kan ik eigenlijk niet goed hebben...


Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren
als twee draadjes zouden scheuren
en contact maken met elkaar
onzichtbaar, diep onder mijn haar,
terwijl ik uitwendig zo
maar in een winkel bezig ben
groente en vlees te kopen


Er knetteren geen vlammen en vonken.
Iemand zegt: is hij dronken?
Opeens zit ik voor ons huis op de stoep
met zesduizend blikken soep.
En zegt mijn tedere vrouw:
Lieverd, wat doe je nou?
Dan zeg ik: nu gaan we eten,
O nee, ik ben de soep vergeten!


Gebeurt het onder het dichten,
wie purp publiek dan inlichten
dat dit geen genialiteit
maar een purpje los is, of kwijt?
Een draadje dat de stroom opslurpt,
van murp gedachtengurpt.
Een kurpsluiting leidt tot brurp-
Brarp! Hurp! Hurp!

Leo Vroman

Volgers