De volgende dag hadden we zo een beetje hetzelfde programma, we leerden nog wat meer vaardigheden en oefenden nog wat vaardigheden die we ’s middags gingen oefenen in zee. We hebben ook geleerd om met behulp van een tabel te bepalen hoelang je onder water mag blijven bij welke diepte als je gaat duiken (dit in verband met stikstof in je bloed) was wel nerveus, want ik was bang dat het weer niet goed zou gaan met mijn oor! ’s Middags dus weer de zee op. We gingen weer naar de Pedernalis. Via het touw waar een stuk lood aanzit, liet ik me heel langzaam zakken, het klaren ging goed! Ik hoefde niets eens mijn normale oor dicht te houden. Het was echt te gek!
We zwommen rond tussen de wrakstukken en we zagen mooie vissen. Drie hele langwerpige vissen (cornetfish) met felle paarse en gele strepen, ze leken een beetje op een uitgerekt zeepaardje maar dan een meter lang ongeveer. We hebben ook een schorpioenvis gezien, een arrow crab, hele grote scholen sardientjes. Dat was echt heel leuk, die scholen bestaan echt uit duizenden, misschien wel tienduizenden kleine zilverkleurige visjes, ze zijn denk ik drie of vier centimeter lang. Je kunt gewoon door de school heen zwemmen en dan gaan de visjes opzij en dan zit je helemaal in de school, overal waar je dan kijkt zie je die sardientjes, net of in een soort ballenbak zit, maar dan anders. We zagen ook grote papegaaivissen.